Het FFL project helpt de boeren in Malawi maïs te verbouwen met een betere opbrengst. Dit project richt zich op voedselzekerheid en economische zelfstandigheid.

Food for Life

Menu

De basis van het project

Onze stichting heeft in Malawi een systeem opgezet om mais op een nieuwe manier te verbouwen. De kenmerken daarvan zijn gebaseerd op de Bijbel, met de naam Farming Gods Way. Wij noemen onze methode Food For Life (FFF) omdat dit niet hetzelfde systeem is als Farming Gods Way, maar daarvan wel is afgeleid.

Ons systeem is vooral gericht op eenvoud en efficiëntie. Gemiddeld is de opbrengst ruim 7 keer groter dan wanneer boeren in Malawi volgens hun eigen systeem mais verbouwen. Wij onderwijzen de deelnemers niet alleen maar geven hen ook de benodigde zaaizaden en meststoffen. Elke deelnemer moet een klein deel van de opbrengst teruggeven aan de stichting, welke wij herinvesteren. Deze mogelijkheid is er voor de deelnemers ook doordat de opbrengst gemiddeld 7 keer groter is. 

Wij leren onze deelnemers heel intensief hoe zij verrijkte compost (groen gemengd met mest) kunnen maken met wat de natuur biedt. Deze verrijkte compost werkt als een spons die dagelijks de dauw in zich opneemt en afgeeft aan de planten. 

Alles draait om het getal 7

De uitvoering van het project

In de basis werken 7 mensen samen in een groep. Daarvan is één persoon de leider en eindverantwoordelijk voor zijn ploeg. 7 leiders vormen een leidersgroep en 7 leidersgroepen vormen een comité. Met 7 leiders zijn er 49 deelnemers in een bepaald gebied/dorp.

Met 4.900 deelnemers betekent dit dat er zich in ongeveer 100 dorpen een groep deelnemers bevindt. Deze 100 dorpen liggen op 1.000 km afstand van elkaar verspreid over heel Malawi, van het uiterste noorden tot het uiterste zuiden. Daarbij zijn er vijf regio’s waar FFF nadrukkelijker aanwezig is, met de nadruk op het midden van het land, rond Kasungu. 

Kenmerkend voor Malawi is dat er in het midden en het noorden van het land veel betere boeren zijn dan in het meer commerciële zuiden. Het kost ook meer moeite om boeren in het zuiden tot een goed resultaat te laten komen. Dat deel heeft overigens ook de meeste last van droogte en overstroming.

In de wintermaanden (in Nederland is het dan zomer) wordt aan de deelnemers geleerd op welke manier ze FFF moeten toepassen. Dat wordt gedaan door deelnemers uit het midden van het land. Zij reizen regelmatig door het land en bezoeken dan alle lokale hoofdgroepen. Binnen de lokale groepen wordt deze kennis daarna nauwkeurig doorgegeven. Bovendien worden tijdens die bezoeken allerlei afspraken gemaakt en vastgelegd. Door ons managementsysteem aan te passen lukt het nu uitstekend voor de deelnemers om de afspraken na te komen. Iedere lokale groep heeft een eigen comité, met voorzitter, secretaris enz.

Verkoop van mais tegen vaste prijzen

De basis van FFF is dat een deelnemer gedurende drie jaren mag meedoen in het project en daarna moet uitstromen. De geleerde methode kan dan op eigen land worden toegepast, waarmee men dus zelf rendabel landbouw kan uitoefenen. Een probleem is echter dat lokale boeren geen toegang tot de markt hebben.

De marktprijs is aan het eind van het jaar 180 kwatcha. De “lokale aasgieren” die de pas geoogste mais van de boeren kopen, geven echter maar 70 kwatcha. Omdat de boer al zijn geld heeft geïnvesteerd in zijn gewas, moet hij de mais wel aan deze “aasgieren” verkopen. Daarmee blijven onze deelnemers dus altijd in de dode hoek van de armoede zitten. Daarom willen we de mais van hun kopen voor een vaste prijs. In Malawi noemen we dit systeem van vaste prijzen Joseph. Joseph betaalt vaste prijzen van 120 tot 140 kwatcha voor mais die verbouwd is via het FFF-systeem, dus zonder kunstmest, maar met verrijkte compost.

Deelnemers starten met FFF. Daarmee krijgen ze de basisbeginselen aangeleerd en de basis benodigdheden krijgen ze gratis. Daarna gaat men naar Joseph. In het eerste jaar na die overgang ontvangen ze de zaaizaden en speciale zakken om hun oogst in te bewaren. Voor die oogst van hun eigen land, geteeld op de manier van FFF, dus zonder kunstmest, krijgen ze desgewenst een vaste prijs. Daarmee kunnen ze een stabiel inkomen creëren.

Toekomst van het project

Voor de nabije toekomst hebben we 2 hoofdlijnen uitgezet.

Ten eerste moet de organisatie FFF in Malawi helemaal zelfstandig kunnen gaan werken. Ze doen de organisatie al grotendeels zelf.  De organisatie is goed en voldoende strak om het gewenste resultaat te behalen.

De tweede hoofdlijn is de opbouw van Joseph. Met FFF produceren onze deelnemers eten voor 100.000 mensen, iedere dag het hele jaar door. We willen opschalen naar iedere dag eten voor 1 miljoen mensen het hele jaar door. Dat lijkt een hele grote stap maar is eenvoudiger dan je zou denken, omdat wij de deelnemers bij Joseph niet hun gewassen laten verbouwen op 1/7 deel van een acre, maar op een hele acre. Daarmee hebben we al 7 x zoveel opbrengst.

Een punt van bijzondere aandacht is de financiële organisatie. Nu draait ons project jaarlijks om 200.000 euro. Dan gaat het om 2 miljoen euro per jaar. Dat betekent dat de financiering en de logistiek professioneler moeten worden opgezet. De afzet van de totaal verwachte productie van jaarlijks 50.000 ton mais lijkt zich goed op te kunnen lossen. De verwachte oogst van 50 miljoen kilo mais per jaar is goed voor jaarlijks 350 miljoen bordjes pap. Het bijzondere is dat dit voedsel groeit en wordt geoogst daar waar de mensen het ook echt hard nodig hebben. Het groeit gewoon dicht bij hun eigen huis, verspreid over heel Malawi. In totaal ruwweg 5.000 acre of te wel 2.500 HA.

De 2 fasen van het Food For Life project.

Het bedrijfsplan Food for Life Malawi kent twee fasen.

Opleidingsfase
Allereerst leren wij deelnemers op welke manier zij hun gewas moeten telen. Dat wordt gedaan op land dat hun ter beschikking wordt gesteld. Op dat land krijgen ze twee jaar de gelegenheid om te bewijzen dat ze het systeem goed kunnen uitvoeren. Ze werken op een standaard akker van 16 x 39 m. Samen met het pad dat eromheen ligt, rekenen wij met 700 m2 per akker. Dit deel van ons systeem noemen wij de opleidingsfase. 

Op 1 acre land liggen 7 akkers en werken 7 personen, van wie er één de leider is. 7 leiders vormen een leidersgroep. 7 leidersgroepen vormen een comité. Een comité heeft 343 leden onder zich. De comités zijn verspreid over het hele land (van noord tot zuid ongeveer 1.000 kilometer).  Wij verstrekken de deelnemers in opleiding gratis zaaizaden en meststoffen. In ruil daarvoor moeten zij al het werk doen zoals hun dat wordt geleerd. Ook moeten ze ons elk jaar per akker 1 zak van 50 kg mais teruggeven (ca. 10%).

Professionele fase
in het derde jaar mogen de deelnemers doorstromen naar de professionele groep. Als bewijs van hun vakmanschap krijgen ze op dat moment een duurzame pas die wordt geregistreerd. Ze telen de mais op hun eigen land.

In dat derde jaar helpen wij hen om te starten op hun eigen land en geven we hun de zaaizaden en meststoffen weer gratis. Vervolgens moeten ze zelf het werk doen of laten doen. Net als in de opleidingsfase moeten ze per akker 1 zak mais van 50 kg teruggeven. Met de opbrengst daarvan kunnen wij hen het jaar daarna opnieuw ‘gratis’ voorzien van zaaizaden en meststoffen. Van wat er na die teruggave van 7 zakken per acre over is, mogen ze desgewenst maximaal 25 zakken van 50 kg houden voor eigen gebruik. De rest, met een maximum van 100 zakken per deelnemer, kopen wij van hen, direct na de oogst, voor een goede, vaste prijs. Zo kunnen ze op een rendabele manier mais verbouwen. Zelf hebben ze namelijk geen toegang tot de markt en moeten ze genoegen nemen met een extreem lage prijs. 

Om de deelnemers de zekerheid te geven dat Charity een faire prijs betaalt, is vastgelegd dat die prijs tenminste 90% is van het bedrag dat de overheid het voorgaande jaar heeft betaald. Daarmee komen ze bijna twee keer zo hoog uit als wanneer ze zelf hun verkoop regelen. 

Op de aangeleverde mais houden wij 80.000 mkw (circa 90 euro) in. Met het jaarlijks ingehouden bedrag en de terug te ontvangen mais kunnen wij de organisatie van de NGO betalen én de deelnemers voor het volgende jaar weer gratis zaaizaden en meststoffen voor 1 acre geven. 

Dat we op deze manier te werk gaan, is omdat de verleiding voor de deelnemers groot is om het geld dat ze krijgen te gebruiken voor dingen die ze direct nodig hebben en niet te reserveren voor het aankopen van zaaizaden en meststoffen voor het komende seizoen. Bovendien garanderen we op deze manier dat de kosten kunnen worden betaald van de NGO. Met deze manier van werken is het systeem dat we hanteren zeer duurzaam.

Hoe ziet een samenwerking eruit?

De basis van onze samenwerking met de deelnemers is dat wij uitgaan van de persoonlijke kennis, kunde en ervaringen van de deelnemers, met respect voor hun cultuur, normen en waarden. We gaan uit van wederzijds vertrouwen. We laten de deelnemers zelf het dagelijkse management doen en leren hun hoe zij blijvend tot economische zelfstandigheid kunnen komen. We leren en begeleiden hen individueel en helpen hen deuren te openen waar dat nodig is. In alle jaren helpen wij hen op weg door zaaizaden en meststoffen ‘gratis‘ te verstrekken. Het is aan de deelnemer zelf om te zorgen voor een goede oogst. Immers hoe hoger de oogst, des te meer inkomen heeft hij.

In de afgelopen tien jaar hebben wij veel ervaring opgedaan met alle facetten die men moet doorlopen om als zelfstandige boer blijvend rendabel mais te kunnen verbouwen op eigen land en soms op van derden gehuurd land.